Neuroacupunctuur: een moderne acupunctuurvorm voor de behandeling van pijnen en neurologische stoornissen  

Prof. dr. Jan M. Keppel Hesselink en Drs. David J. Kopsky               HOME

Er is niet ťťn soort, maar vele soorten acupunctuur , daar staan weinig mensen bij stil. Meestal, als men over acupunctuur spreekt, wordt de klassieke Chinese acupunctuur bedoeld. Die vorm van acupunctuur werd al voor de geboorte van Christus beoefend en is voornamelijk in China ontwikkeld. Maar er zijn veel meer vormen van acupunctuur en met sommige vormen zijn extra effecten te bereiken. Het merendeel van de acupunctuurvormen zijn ontwikkeld in China en andere landen in het verre Oosten. De Europese acupunctuur heeft vermoedelijk ook bestaan, maar is uitgestorven. Er is in de jaren negentig van de vorige eeuw namelijk een bevroren mummie met tatoeages in de Alpen ontdekt, die 5200 jaar geleden gestorven was. Zijn tatoeages waren gelokaliseerd op  acupunctuurpunten die mogelijkerwijs gebruikt zijn om de pijnen van zijn artrose te behandelen. Waarschijnlijk werd ook in het oude Egypte een vorm van acupunctuur gebruikt. Er is wel ťťn vorm van acupunctuur exclusief in Europa ontwikkeld, in de vorige eeuw in Frankrijk door de arts Nogier, de ooracupunctuur.

Naast de Chinese acupunctuur bestaan er momenteel uiteenlopende acupunctuurtechnieken :Koreaanse hand- en voetacupunctuur, pols- en enkelacupunctuur, duim-, neus-, voetzool-, oor-, buik-, segmentale-  en electroacupunctuur en de Ayurvedische acupunctuur.

 

Neuroacupunctuur

Neuroacupunctuur is een verzamelnaam voor enkele vormen van acupunctuur die specifiek ingezet worden bij de behandeling van neurologische ziekten en chronische pijnen. Ook kunnen onderdelen van de neuroacupunctuur ingezet worden bij psychiatrische stoornissen zoals depressies en angststoornissen. Eťn van de onderdelen van de neuroacupunctuur is de schedelacupunctuur, waarbij naalden in de schedelhuid ingebracht worden. De speciale Japanse schedelacupunctuur, ontwikkeld door Dr Yamamoto, wordt ook wel aangeduid met de term neuroacupunctuur, aangezien deze acupunctuurvorm vooral effectief is bij de behandeling van neurologische ziekten en pijn.

'Neuroacupunctuur' als term wordt ook op een tweede wijze gebruikt, als een verzamelnaam voor de multidisciplinaire studie naar de werking van acupunctuur verklaard vanuit het zenuwstelsel. Het eerste tekstboek die deze invalshoek koos verscheen in 2001, onder de titel: ďNeuroacupuncture: Scientific Evidence of Acupuncture RevealedĒ (1). Het werkingsmechanismen van acupunctuur in het algemeen wordt steeds meer gezocht via de invloed van acupunctuurnaalden op met name het centrale zenuwstelsel, maar ook op de hormoonhuishouding en op het immuunsysteem. Dit boek is samengesteld door een team van specialisten onder leiding van een hoogleraar aan de Universiteit van CaliforniŽ. In dit belangwekkende werk wordt door wetenschappers uit de neuroradiologie, neuro-oftalmologie en neuroanatomie de modernste resultaten besproken van de research naar de effecten van acupunctuur op m.n. centraal zenuwstelselniveau. Uit recent onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat met moderne beeldvormende technieken, zoals PET scanning, na het prikken van acupunctuurpunten specifieke delen van de hersenen een versterkt metabolisme tonen. En zelfs dat er bepaalde genen in de hersenen door acupunctuur in- en uitgeschakeld kunnen worden.

Neuroacupunctuur is zo belangrijk geworden, dat aan de Nobel Universiteit in Los Angeles (USA) een speciale leerstoel is opgericht en een hoogleraar is benoemd die onderzoek begeleidt en onderwijs geeft m.b.t. de neuroacupunctuur.

Yamamoto New Scalp Acupuncture (YNSA):

de jongste vorm van neuroacupunctuur.

De meest recente vorm van neuroacupunctuur, de Japanse schedelacupunctuur volgens Yamamoto, is vooral goed te gebruiken bij de behandeling van pijnsyndromen. Deze vorm van acupunctuur gaat ervanuit dat er op de hoofdhuid projecteis bestaan van alle organen en ledematen. Vaak reageren de klachten al direct positief  bij het drukken op het op de hoofdhuid gelegen en met de klacht corresponderende punt, waarna het punt geprikt wordt. Belangrijk is onderscheid te maken aan welke kant op de schedel er geprikt wordt: of op de Yang (achterzijde) of op de Yin (voorzijde) zone. PatiŽnten met chronische syndromen zoals Multipele Sclerose of de ziekte van Parkinson reageren vaak beter als de Yangzone wordt gestimuleerd.

 Een veel gebruikt punt door de neuroacupuncturist die het YNSA systeem hanteert, is het zogenaamde D punt. Dit punt bevindt zich boven het jukbeen voor de oorschelp. Het D punt wordt voornamelijk geprikt voor de behandeling van klachten van de benen, de onderbuik en de lumbale wervelkolom.

Er bestaat een integratie tussen enkele aspecten van de YNSA methode en de traditionele Chinese geneeskunde. Dit uit zich voornamelijk in de punten die corresponderen met de organen en de orgaan- en meridiaanenergieŽn, de zogenaamde Y-punten. Als er bijvoorbeeld op de rug een pijnlijk Chinees acupunctuurpunt (Back Shupunt) is, corresponderend met een bepaald orgaan, zoals bijvoorbeeld de nieren, dan kan de pijn ook direct verminderen of opgeheven worden door het corresponderend Y-nierpunt aan dezelfde zijde te prikken. De zones met de Y punten liggen rond het oor.

Soms zetten we ook electroacupunctuur in op de YNSA punten, afhankelijk van de klachten en de duur van de klachten. Zeker bij patiŽnten die een beroerte hebben doorgemaakt is het belangrijk om vaak verschillende methoden af te wisselen of te combineren, om de aangedane ledemaat of orgaan via verschillende wegen zo veel mogelijk te stimuleren. Acupunctuur bij de behandeling van een beroerte lijkt het meest effectief als direct, een paar dagen na het optreden van het neurologisch uitval begonnen wordt met de behandeling. Zo worden direct de hersenen ook gestimuleerd, om nieuwe verbindingen aan te leggen, zodat de functie weer voor een deel of zelfs geheel hersteld wordt.   

Yamamoto zelf echter meent dat men het aantal naalden minimaal moet houden voor een optimaal effect van zijn methode. Dit berust op zijn uitgebreide ervaring met zijn systeem. Er is echter op dit gebied nog geen wetenschappelijk onderzoek gepubliceerd. Wij hebben gemerkt dat alleen bij speciale pijnsyndromen men het aantal naalden inderdaad minimaal moet houden, zoals bijvoorbeeld bij de behandeling van posttraumatische dystrofie. Als men daar meer naalden zet dan de strikt noodzakelijke  hoeveelheid naalden, neemt het pijnstillende effect van de behandeling namelijk weer af. Wel kan men de YNSA methode bij de behandeling van posttraumatische dystrofie erg goed combineren met een andere vorm van neuroacupunctuur, de segmentale electroacupunctuur op rugpunten naast de wervels. Hierdoor wordt de effectiviteit veelal vergroot.

De pijnreductie door het inzetten van de YNSA techniek is ook in een recente experimentele studie geŽvalueerd, waarbij pijnprikkels werden aangeboden op de top van de hak bij 42 proefpersonen. Het YNSA D-punt, het klassieke Chinese Blaas 27 punt en twee placebopunten op de bilspier en op het hoofd werden bij allen getest op hun effectiviteit. Uit het onderzoek kwam naar voren dat er een significant verschil bestond in pijnreductie ten gunste van het D-punt ten opzichte van Blaas 27 (p < 0,0007). Tevens was er groot significant verschil tussen de echte en placebopunten (p < 0,00006) (2).

Concluderend blijkt de techniek volgens Yamamoto een goede aanvulling te vormen in de praktijk van de neuroacupuncturist.

Het gepropageerde fenomeen

Bijzonder boeiend is het optreden van het zogenaamde gepropageerde fenomeen. Dit is een subjectieve sensatie die de patiŽnt meldt, als een bepaald acupunctuurpunt aangeprikt wordt. Sommige patiŽnten kunnen dan warmte en prikkelende sensaties ervaren in het beloop van een meridiaan, en soms zelfs in een hele meridiaan en de aansluitende meridiaan.

Wij hebben gemerkt dat bij het prikken van bepaalde punten volgens het Yamamoto systeem er heel duidelijke gepropageerde fenomenen kunnen ontstaan. Zo kan men bij patiŽnten met MS via prikken van het Yang D punt soms warmte en prikkelende sensaties in de spastische benen veroorzaken, die als therapeutisch effect hebben dat de spasmen of de pijnen aan de naald minder worden. Ook bij het prikken van het handpunt op de haargrens kunnen deze sensaties in hand en arm gevoeld worden. Het leidt meestal bij de patiŽnten tot grote verbazing en draagt bij aan het therapeutische effect. Het gepropageerde fenomeen is een enorm interessant fenomeen, waarvoor we nog geen goede neurobiologische verklaring hebben.

Chinese schedelacupunctuur: een onderdeel van de neuroacupunctuur

Chinese schedelacupunctuur, is ťťn van de eerst ontwikkelde vormen van neuroacupunctuur. Deze vorm is ontwikkeld door een groep van arts-acupuncturisten in China, die zich bezig hielden met de behandeling van patiŽnten met neurologische stoornissen. Zij waren ontevreden over de effecten van de klassieke Chinese acupunctuur bij deze aandoeningen. Er zijn in de afgelopen 70 jaar in China 4 vormen van schedelacupunctuur ontwikkeld, die gebaseerd zijn op verschillende ideeŽn.

De Chinese neuroacupunctuurtechnieken kunnen in het algemeen goed ingezet worden samen met lichaamsacupunctuur.

De Chinese schedelacupunctuur volgens Shunfa maakt geen gebruik van traditionele acupunctuurpunten op de schedel, maar werkt met een aantal zones op het hoofd die corresponderen met de diverse functionele regionen in de hersenen. Verder is de techniek van prikken anders dan bij de lichaamsacupunctuur. De naalden worden ondiep, onder de hoofdhuid ingebracht en er wordt veel vaker gestimuleerd dan bij de klassieke lichaamsacupunctuur het geval is. In China wordt enkele malen gedurende een sessie een ruime minuut lang de naald heel snel rondgedraaid, ongeveer 200 maal per minuut. In het westen gebruiken we voor die stimulatie van de naalden liever electroacupunctuur, omdat anders de acupuncturist wel behoorlijk snel moe in de handen wordt, en omdat de electroacupunctuur stabielere stimulatie geeft met kleinere kans op een naaldsyncope. Bij ORES gebruiken we hiervoor de 200 Hz frequentie, omdat die frequentie in de literatuur het meest genoemd wordt.

Er is nog een tweede in het Westen bekende vorm van de Chinese schedelacupunctuur, die ontwikkeld is door de acupuncturist Dr. Zhu. Deze vorm sluit meer aan bij de traditionele Chinese acupunctuur, omdat er van de lokalisatie van klassieke acupunctuurpunten op de schedel uitgegaan wordt, zoals bijvoorbeeld het acupunctuurpunt op het hoogste deel van het hoofd, DM 20. Zhu zelf heeft in de USA een kliniek en behandelt samen met collegaís onder andere MS patiŽnten en ALS patiŽnten.

Bij een beroerte is de behandelingsfrequentie die voor schedelacupunctuur in China wordt aangeraden meestal een maal per dag of om de dag; een beroerte is een van de meest voorkomende indicaties. In het westen is het realiseren van deze hoge behandelfrequentie erg moeilijk, wij raden daarom om praktische redenen een behandelingsfrequentie aan van 2 maal per week.

Ontstaan van de schedelacupunctuur

De geschiedenis van de schedelacupunctuur is beschreven door Shoukang, in het Journal of Traditional Chinese Medicine (3). In China worden er met de schedelacupunctuur vele tiental ziekten behandeld, zowel psychiatrische ziektebeelden zoals angstsyndromen en depressies, maar ook veel pijnsyndromen en aandoeningen die gepaard gaan met verlammingen.

De oorsprong van de schedelacupunctuur is gelegd door Huang Xuelong, die in 1935 de relatie zocht tussen punten op de schedelhuid en de functionele delen van de hersenschors. Er waren in die periode enkele acupuncturisten die dit idee opnamen en vooral bij patiŽnten met een beroerte probeerden om de hoofdhuid boven de hersendelen die uitgevallen waren te stimuleren, om de genezing te bespoedigen. Dat gaf soms mooie resultaten en in de jaren 70 van de vorige eeuw is er door diverse Chinese acupuncturisten aan dit idee verder gewerkt. Er zijn in China aanvankelijk 3 scholen ontwikkeld op basis van het werk van de acupuncturisten Jiao Shunfa, Fang Yunpeng, and Tang Songyan. Terwijl Jiao en Fang probeerden aansluiting te vinden bij de lokalisatieleer van de hersenfuncties met hun projecties op de schedelhuid, bewandelde Tang een klassieke Chinese weg en deelde de hoofdhuid in de 3 zogenaamde verwarmers. Dit zijn hypothetische organen in borst en buik, de bovenste, middelste en onderste verwarmer genaamd, die de organen functioneel omhullen en fungeren als een soort thermostaat van het lichaam. Later is het systeem van Zhu ontstaan; dit systeem is vooral in Amerika populair geworden, vermoedelijk omdat Zhu zijn activiteiten daar verder ontplooide.

Het systeem van Shunfa

 Het systeem ontwikkeld door Shunfa oriŽnteert zich direct aan de westerse kennis van de gelokaliseerde hersenfuncties. Shunfa publiceerde over zijn methode 2 boeken. In de jaren 70 van de vorige eeuw publiceerde hij het eerste boek, dat hij als naam ĎHead Acupunctureí meegaf (4). In 1965 begon Shunfa zijn onderzoek naar hoe acupunctuur inzetbaar was bij de behandeling van patiŽnten met verlammingen. Hij ging er van uit dat als lichaamsacupunctuur ingezet kan worden bij verlammingen waarbij patiŽnten soms gepropageerde fenomenen in die ledematen voelen, dat acupunctuur van de hoofdhuid bij het ontstaan van gepropageerde fenomenen naar de aangedane ledematen ook therapeutische effecten zou kunnen hebben. Door op de hoofdhuid diverse gebieden te onderzoeken die in de buurt lagen van bijvoorbeeld de motorische cortex, vond hij uiteindelijk die gebieden, die inderdaad bij sommige patiŽnten een gepropageerd fenomeen induceerden. De eerste succesvolle behandeling was in december 1972, toen Shunfa een patiŽnte met een rechtszijdige hemiparese ten gevolge van een syfilis behandelde door in het gebied boven de motorische cortex te gebruiken en de patiŽnte melding maakte van een warmte sensatie in het verlamde lichaamshelft. Volgend op die behandeling was patiŽnte weer in staat om de aangedane arm en been te gebruiken. Een jaar eerder had Shunfa met succes de schedelacupunctuur in kunnen zetten als anesthesie bij een chirurgische ingreep.

De lokalisatie van de hersenfuncties vormt de basis van de selectie van de schedelhuidregionen die gebruikt worden. In de afbeeldingen is te zien hoe bijvoorbeeld de motorische, de sensibele, de spraak zones en de extrapiramidale zone gedefinieerd zijn. Deze zones volgen precies de lokalisatie van de hersenfuncties.

 

Figuur 1. Neuroacupunctuur zones volgens Shunfa

Shunfa werkte verder met zijn systeem, en diverse acupuncturisten zijn met dit systeem in China opgeleid. Hij noemde zijn benadering later schedelacupunctuur en recent verscheen een boek van zijn hand met een serie patiŽntvoorbeelden (5).

Het systeem van Zhu

 Zhu definieert een aantal therapeutische zones op het hoofd die krachtig met de naald gestimuleerd dienen te worden (6). Daarnaast worden door Zhu ademhalingsoefeningen en Taoïstische lichaamsoefeningen ingezet. Tijdens de behandeling moet de patiŽnt bepaalde simpele ademhalingsoefeningen uitvoeren, die gebaseerd zijn op qi gong.Tevens wordt wordt er tijdens de behandeling niet gepraat, om door deze soort meditatie de effecten van de naalden te versterken. Tijdens de behandeling wordt bij een totale verlamming de patiŽnt gesuggereerd om de ademhalingsenergie via een visualisatietechniek naar het aangedane lichaamsdeel te leiden. Als er een gedeeltelijke verlamming bestaat, wordt aanbevolen om het aangedane lichaamsdeel tijdens de stimulatie ook actief te bewegen. Ook kan een familielid of assistent het lichaamsdeel bewegen in geval van een complete paralyse.

Het minder praktische aspect van Zhuís schedelacupunctuur is, dat hij lange Chinese naalden in de hoofdhuid brengt, een relatief pijnlijke methode, waarbij de naalden dan 3 tot 24 uur op plaats blijven zitten.

Zhu zocht aansluiting bij de traditionele Chinese acupunctuurliteratuur zoals die bijvoorbeeld in het klassieke Chinese boek Ling Shu te vinden is. Hierin staat: ď De hersenen vormen de zee van merg. Het bovenste deel ligt direct onder de hoofdhuid, op de vertex als het punt BaihuiĒ (DM 20).  In Zhuís schedelacupunctuur worden diverse zones gedefinieerd ten opzichte van bekende klassieke acupunctuurpunten op de schedelhuid, de belangrijkste daarvan zijn  door hem benoemd als de Eding zone, de Dingzhen zone en de Dingnie zone; elke zone wordt door Zhu ook weer verder onder verdeeld. We zullen hier alleen de voor de neuroacupunctuur belangrijkste onderdelen bespreken. Er wordt vaak gesteld dat bij aandoeningen boven de nek aan dezelfde zijde geprikt moet worden, en bij aandoeningen onder de nek contralateraal, maar dit is gebaseerd op theorie en er ontbreekt duidelijke evidentie voor deze in China algemeen gehanteerde aanwijzing.

 

 Figuur 2. Neuroacupunctuurzones volgens Zhen

De 3 voor de neuroacupunctuur belangrijkste zones zijn alle een vinger breed en zijn afgebeeld op de bijgevoegde plaatjes. Behalve de somatotopische lokalisatie in elke zone beveelt Zhu aan om per zone te zoeken naar gevoelige plaatsen, om zo te beslissen waar de naald ingebracht moet worden. Voor de behandeling van het merendeel van de neurologische aandoeningen wordt het systeem van tonificatie gekozen, en wij vertalen dit door het inzetten van 200 Hz electrostimulatie.

Een voorbeeld van een zone bij Zhu is de Eding Zone: ĎDingí betekent top van het hoofd en  E (uitgesproken ďuhĒ) is het voorhoofd. Deze zone bestrijkt dus een deel van de schedelhuid van voorhoofd tot de vertex in een vinger brede band vanaf net voor het acupunctuurpunt DM 24 lopend tot DM 20. Deze zone representeert de yin zijde van het lichaam van het perineum tot de vertex, en is onderverdeeld in 4 delen, Eding 1-4. De Eding 1 zone is het voorste deel, even voor DM 24 en wordt gebruikt om hoofd en halsproblemen te behandelen, zoals bijvoorbeeld oogproblemen, maar ook om de geest helder te maken. Eding 4 is het laatste deel van de zone, lopend van DM 21-DM 20 en kan ingezet worden voor menstruatie- en mictiestoornissen. Als de zone ingezet wordt bij de behandeling van neurogene blaasstoornissen, moet centraal in de zone geprikt worden en gestoken worden in de posterieure richting.

Er zijn in China veel studies gedaan naar de effecten van de schedelacupunctuur vooral bij verlammingen op basis van een beroerte (zie referenties 7-12). Dit zijn allemaal publicaties op basis van open studies. Het is bijzonder moeilijk om een goed gecontroleerde dubbelblinde placebo gecontroleerde studie uit te voeren naar de effecten van de schedelacupunctuurvormen bij beroertes. Dit komt omdat de variabiliteit van klinische beelden bij een beroerte bijzonder groot is, waardoor het vastleggen van positieve effecten in series patiŽnten methodologisch moeilijk is. Ook is de mogelijkheid om patiŽnten dagelijks te behandelen kort na de beroerte in het westen minimaal, of zelfs afwezig.

Contra-indicaties

Schedelacupunctuur heeft niet veel contra-indicaties. In het algemeen worden als contra-indicaties genoemd: ernstige hypertensie (220/120), cardiologische aandoeningen, infectieziekten, postoperatieve littekens in de acupunctuur zone, zwangerschap en kinderen met een open fontanel. Voor het inzetten van electroacupunctuur gelden de extra contra-indicaties epilepsie en de aanwezigheid van een pacemaker.

Samenvatting

 De neuroacupunctuur zet hoofdzakelijk diverse vormen van schedelacupunctuur in, al dan niet in combinatie met elektrische stoom op de naalden. De vormen die ons het meest aanspreken is de YNSA en de vorm die door Shunfa ontwikkeld is, omdat deze vorm de inzichten volgt die wij hebben in de lokalisatie van de hersenfuncties. Schedelacupunctuur kan ingezet worden bij uiteenlopende aandoeningen, maar wij hanteren deze methode bij uitstek om patiŽnten met neurologische aandoeningen te behandelen. Bij de behandeling van patiŽnten met een beroerte moet zo vroeg mogelijk behandeld worden en aanvankelijk ook zo frequent mogelijk, waarbij wij uit praktische overwegingen kiezen voor twee behandelingen per week. In China worden de naalden veel en snel met de hand gemanipuleerd, een techniek die bij ons minder voor de hand liggend is. Er zijn echter even goede resultaten behaald met electroacupunctuur, waarbij een hoge frequentie ingezet wordt (200 Hz). Tijdens de behandeling verdient het in het algemeen de aanbeveling om de patiŽnt ademhalingsoefeningen te laten doen met qi-visualisaties naar de aangedane lichaamsdelen. Dit sluit ook mooi aan bij de moderne inzichten uit de psychoneuroimmunologie.

Referenties

  1. Zang Hee Cho, PhD; E.K. Wong; J. Fallon. Neuro-Acupuncture: Scientific Evidence of Acupuncture Revealed. Q-puncture, Inc., 2001.
  2. Ogal HP, Hafer J, Ogal M, Krumholz W, Herget HF, Hempelmann G.  [Variations of pain in the treatment of one classical acupuncture-point versus one point of Yamamoto's new scalp acupuncture] Anasthesiol Intensivmed Notfallmed Schmerzther. 2002 Jun;37(6):326-32. [article in German]
  3. Lu Shoukang, Scalp acupuncture therapy and its clinical application, Journal of Traditional Chinese Medicine 1991; 11(4):272Ė280.
  4. Jiao Shun-fa. Head Acupuncture. Shanxi Publishing House, Beijing, China, 1972.
  5. Jiao Shunfa. Scalp acupuncture and clinical cases. Foreign Languages Press, Beijing, China, 1997.
  6.  Zhu Mingqing, Zhuís Scalp Acupuncture, Eight Dragons Publishing, Hong Kong, 1992.
  7. Zhu Mingqing, A Handbook for Treatment of Acute Syndromes by Using Acupuncture and Moxibustion, Eight Dragons Publishing, Hong Kong,1992.
  8. Wang Yukang, et al., Treatment of apoplectic hemiplegia with scalp acupuncture in relation to CT findings, Journal of Traditional Chinese Medicine 1993; 13(3): 182Ė184.
  9. Wang Hong, 52 cases of apoplexy treated with scalp acupuncture by the slow-rapid reinforcing-reducing method, Journal of Traditional Chinese Medicine 1994; 14(3): 185Ė188.
  10. Wu Chengxun, Treatment of 1228 cases of hemiplegia by scalp acupuncture (abstract of 1989 Chinese language publication), Journal of Traditional Chinese Medicine 1990; 10(3): 227Ė228.
  11. Ji Nan, et al., A study on the mechanism of acupuncture therapy in the treatment of sequelae of cerebrovascular accident or cerebral injury, Journal of Traditional Chinese Medicine 1987; 7(3): 165Ė168.
  12. Wan Zhijie, et al., Study on the treatment of hemiplegia with scalp points, Practical Journal of Integrating Chinese with Modern Medicine 1996; 9(4): 199Ė200.